Vaatheelkunde Slagader


Vernauwing van de halsslagader of carotisstenose


Anatomie:

Thv de hals verlopen aan beide zijden de halsslagaders (a. carotis communis). Deze halsslagader splitst thv de kaakhoek in 2 takken: de a. carotis externa die zorgt voor de bevloeiing van de gelaatsspieren en de a. carotis interna die zorgt voor de bevloeiing van de hersenen. De linker hersenhelft bezenuwd de rechter lichaamshelft en de rechter hersenhelft bezenuwd de linker lichaamshelft.
 


 

Symptomen:

Net zoals in de slagaders van de benen benen kan er in de halsslagaders een vernauwing (stenose) ontstaan door aderverkalking (atherosclerose) en vetafzetting. In de meeste gevallen veroorzaakt deze vernauwing geen problemen en past de bloedvoorziening zich aan zodat de hersenen voldoende bevloeid worden. Het gevaar bestaat er echter in dat er op de plaats van de vernauwing klonters worden gevormd die met de circulatie meegevoerd worden en in de hersenen een trombose kunnen veroorzaken.

Als een vernauwing gepaard gaat met symptomen spreken we van een symptomatische stenose. Zijn er geen symptomen en wordt de  vernauwing toevallig vastgesteld, vb nav een geruis (souffle), dan spreekt men van een asymptomatische stenose. Volgende symptomen kunnen zich voordoen: spraakstoornissen (fatische stoornissen), verlammingsverschijnselen in 1 lichaamshelft (hemiparese) of plotse, voorbijgaande blindheid aan 1 oog (amourosis fugax).  Duizeligheid, syncope, oorsuizen,... zijn zelden te wijten aan een vernauwde halsslagader en hebben meestal een andere oorzaak.

Zijn de symptomen van voorbijgaande aard (<24h) dan spreekt men van een TIA (Transient Ischemic Attack). Zijn de symptomen blijvend dan spreekt men van een beroerte of CVA (Cerebrovasculair Accident)

Diagnostiek:

Bij vermoeden van een carotisstenose zal na een klinisch onderzoek in eerste instantie een duplexonderzoek uitgevoerd worden.  Als hierop een hooggradige vernauwing (> 70%) wordt vastgesteld, zal bijkomend nog een angioCT gevraagd worden om de vernauwing en de anatomie exact in kaart te brengen.

      

 

Behandeling:

De medicamenteuze behandeling bestaat uit de inname van een bloedverdunner (meestal asaflow) en een maximale controle van de cardiovasculaire risicofactoren (rookstop, voldoende beweging, bloeddrukverlagende middelen, cholesterolverlagende middelen en oppuntstelling van diabetes).

Als er een hooggradige vernauwing (>70%) wordt vastgesteld zonder symptomen zal in veel gevallen (afhankelijk van de leeftijd, algemene toestand, operatief risico) toch een ingreep worden aangeraden. Dit om een TIA of CVA  op termijn te voorkomen. Bij een vernauwing met symptomen zal sneller operatief ingegrepen worden (vernauwingsgraad > 50%). Het is aangetoond dat personen die een TIA hebben doorgemaakt de volgende maanden een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van een beroerte met blijvende symptomen. Dit willen we voorkomen met een operatie:  de carotisendarterectomie.

Bij een carotisendarterectomie wordt via een incisie thv de halsspier de halsslagader en de splitsing vrijgelegd en geklemd. Vervolgens wordt de slagader opengemaakt de verauwing of ‘plaque’ wordt uitgepeld. Vervolgens wordt het bloedvat terug gesloten door een lapje uit kunsstof in te hechten waardoor het bloedvat breed open staat.
 

 

Complicaties:

Elke ingreep gaat gepaard met een risico op verwikkelingen zoals nabloeding, infectie, ontsaan van een diepe veneuze trombose...

Complicaties specifiek voor de carotisendarterectomie:

  • Ontstaan van hersenbeschadiging tijdens de ingreep met spraakstoornissen of verlammingsverschijnselen die meestal voorbijgaand zijn. Dit risico is niet groot (2-5%) en alleszins veel kleiner dan wanneer de vernauwing niet behandeld zou worden.
  • Kneuzing van de zenuw naar de tong en/of stembanden waardoor tijdelijk heesheid of slikproblemen kunnen optreden.


Nabehandeling:

Over het algemeen kan u het ziekenhuis verlaten 2-3 dagen na de ingreep. Specifieke revalidatie of kinésitherapie is niet nodig.

Elke patient die een carotisendarterectomie ondergaat dient levenslang een bloedverdunner en een cholesterolverlagend middel (statine) in te nemen.

Bij ontslag wordt een controle bij de chirurg voorzien ongeveer 3 weken postoperatief.  Regelmatige opvolging met duplexcontrole wordt zal dan ook concreet afgesproken worden.